22 mrt 2018

Op dinsdag 22/3 stond ik, samen met een aantal Vlaamse ondernemers, in Dachau. Het model concentratiekamp waar tussen 1933 en 1945 meer dan 40.000 mensen stierven. Het was voor ons allen een zeer vreemde ervaring. We waren stil. Stil. We voelden ons raar. De dag voordien had onze groep van 25 man rendez-vous gemaakt aan het bronzen beeld in de vertrekhal van Zaventem. We waren op de juiste moment op de juiste plek. En nu stonden we daar in Dachau. Een plaats waar dichters, schrijvers, homo’s, werklozen en andere mensen zoals u en ik werden opgesloten. De enige reden was dat deze mensen een potentieel gevaar vormden voor het regime of kritiek uitten. In Dachau werden diezelfde mensen willekeurig uitgehongerd, gemarteld en finaal vermoord omdat ze een mening hadden. Omdat ze de vloer niet goed genoeg gekuist hadden of omdat ze niet mooi in het gelid hadden gestaan.

Eén dag later verklaarde S.Abdeslam vanuit zijn cel in Brugge dat hij zo snel mogelijk aan Frankrijk wenst uitgeleverd te worden. Abdeslam die verdedigd wordt door meester Sven Marie. De Belgische top advocaat.

Ik moet toegeven: beide gedachten geven me hetzelfde slechte gevoel. Het zelfde hele slechte gevoel. De slinger is precies doorgeslagen naar de andere kant dan in het Duitsland van de jaren 40 van de vorige eeuw. Waar toen hoesten tijdens het appel je dood kon betekenen, wordt nu iemand die honderden mensen doodde of hielp doden, beschermd en verdedigd door een topadvocaat die opgroeide in en z’n status dankt aan diezelfde maatschappij die zijn klant ten onder wil brengen.

Hoe moet dat verder? Als het recht van spreken ook het recht van doden wordt?

Wat moet dat? Als mensen die een voorbeeld moeten vormen voor onze maatschappij, kiezen voor hun ego ten koste van diezelfde maatschappij?

Wat betekent dat? Als journalisten van het ene verscheurde lichaam naar het andere lopen om ‘iconische’ foto’s te nemen in plaats van te helpen.

22/3 heeft iets op gang gezet. Althans ik hoop het. Ik hoop dit ter ere van de mensen die stierven en hun familie die achterbleef. Ik hoop het ook voor ons en onze kinderen. Voor onze maatschappij. Voor de wereld.

In Dachau stonden we aan het crematorium verstild voor een gedenkmonument. Op het onderschrift stond:

DER TOTEN ZUR EHR

DER LEBENDEN ZUR MAHNUNG

‘Ter ere van de doden, Ter waarschuwing voor de levenden.’

Er werd ons verteld dat de bewakers van Dachau, na hun uren, gewone mensen als u en ik bleken te zijn. Geen psychopaten, geen schizofrenen. Niets speciaals wat zou doen vermoeden dat ze tijdens hun werk mensen willekeurig en op de wreedste manier de dood injoegen. Het bleek de tijdsgeest te zijn. De sociale druk. Het systeem.

En dat was om helemaal stil van te worden.

 

 

Over de auteur: Sam Furnier

Plaats een Reactie

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.E-mailadres is verplicht

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.