War for talent en de ordinaire zak geld.

2 zaterdagen terug nog in ‘De tijd’: ‘op de knieën voor M/V met talent’, waarin het nakende, nee het is al zover, te kort aan jonge mensen op de arbeidsmarkt, beschreven wordt.  Hierin komt het er op neer dat het grote te kort aan arbeidskrachten leidt tot heel eigenaardige situaties waar bedrijven zich vergrijpen aan allerlei lokmiddelen om hipsters en hypo’s (liefst de 2 in één) aan te trekken.  ‘De Tijd’ besluit met een bedrijf dat studenten lokt met een bonus van 15.000,- wanneer ze zonder hun studies verder af te werken direct starten op dat bedrijf.  Of hoe de ‘ordinaire zak geld’ (zo wordt het beschreven) het opnieuw wint van bijvoorbeeld employer-branding dat vertelt hoe hip een werkgever wel is.

Maar hoe hip is een werkgever?  En wat is hip?  Want wat als het de biljart- en tafelvoetbaleffect in de refter is uitgewerkt en mensen merken dat ze bij de neus genomen zijn.  Dan krijg je underperformers en weglopers natuurlijk.  Of gouden kooien waar iedereen uit wilt maar toch blijft zitten zelfs al staat het deurtje open. 

Een belangrijk punt, zo lees ik nog, is het feit dat mensen iets willen betekenen.  Geloof me, op de één of andere manier willen we dat allemaal, dus dàt is de clou van het verhaal.  Alleen zijn het opnieuw de bedrijven met de grootste budgetten (de ordinaire zak geld) die initieel de meeste mensen lokken met dure, door marketeers bedachte slogans over hoe je bij hen ‘het verschil kunt maken’.

Om elk bedrijf een even grote kans te geven heb ik een voorstel:  De meeste Belgische bedrijven zijn KMO’s die ons land genegen zijn en dus ook blijvers zijn voor onze economie en maatschappij.  Deze bedrijven hebben ook de kleinste zak ordinair geld om aan employer-branding te gaan doen.  Slogans als: ‘Wij zijn ook hip en hebben ook een zak ordinair geld’.  Om die reden stel ik voor dat kmo’s een soort subsidie krijgen zoals bij de poetsbedrijven die met dienstencheques werken.  Het verschil wordt natuurlijk opgehoest door de staat, want het betreft een subsidie.

Het kan ook anders, eenvoudiger en veel goedkoper.  We voeren geen dure subsidies maar terug het zwart geld in.  Dat beetje belastingverlies dat die overuren in het zwart betekenen zal het verschil niet maken en zelfs veel goedkoper zijn voor de schatkist.  Voordeel voor iedereen:  De werkgever betaalt voor iets dat gepresteerd werd door mensen die graag komen werken omdat ze een extra centje ‘ordinair geld’ bijverdienen.  Aan de gemeenschap kost het niets want er zijn geen dure instanties nodig om zwart geld te controleren of subsidies in het leven te roepen en/of te regulariseren.  Een extra troef is dat dat zwarte geld met 100% zekerheid terug in de economie verdwijnt en dus voor groei zorgt.  Dat is iets wat vroeger al bestond, toen jaloezie nog iets van minderheden was en men nog wist dat de echte toegevoegde waarde komt van produceren en handel drijven.

Enfin, dat is mijn eerste voorstel.  Mijn tweede voorstel, dat eenvoudiger en politiek correcter is, is dat bedrijven hun cultuur objectief in kaart brengen en dit gebruiken als employer-branding en tijdens sollicitaties.  Op deze manier kan de kandidaat voor zichzelf uitmaken of hij/zij matcht met de werkgever waar hij/zij mee spreekt of dat deze aan windowdressing aan het doen is.  Een test die natuurlijk in twee richtingen werkt want ook de kandidaat wordt in kaart gebracht.  M.a.w. hire for attitude in twee richtingen én cultuur-gedreven.

De toekomst in de war for talent wordt dus cultuur.  Want wanneer de ordinaire zak geld en de cultuurclash uitgewerkt zijn, is een cultuurmatch de enige oplossing.  Het feit dat mensen door de cultuurmatch zoveel meer kunnen betekenen zal er ook meer werkvreugde en een hogere retentie zijn.

 

Over de auteur: Sam Furnier

Plaats een Reactie

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.E-mailadres is verplicht

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.